Club-fan pareert kritiek van columnist op heerlijke wijze

Blije Club-fans (Club Brugge - Standard)

22 september 2017 18:30 - Vrijdagmorgen hekelde voetbalredacteur Frank Buyse in zijn column voor Het Nieuwsblad het feit dat de relatie tussen voetbalclubs en de pers niet meer is wat ze geweest is. Club-fan Peter nam hier akte van en pareerde de kritiek op geniale wijze.

De column van Frank Buyse

Pittbulls en lange tenen

Maandagochtend stapte Weiler op. Het laatste wat we zaterdagavond in Kortrijk hadden gehoord: “ Weiler buiten!, dat is júllie schuld”. De perschef van Anderlecht was woedend. Weilers assistent David Sesa deed er intussen nog een schep bovenop. “Bepaalde media hebben alles gedaan om hem kapot te maken. Blijkbaar werkt dat zo in België.”

Dinsdag vloog Vanderhaeghe en werd Custovic T1. Het laatste wat we zondagavond in Oostende zagen van Yves Vanderhaeghe: een coach die boos wegliep omdat een reporter hem vroeg of hij nog respijt had. Een perschef van KVO had even daarvoor een journalist, die had durven te schrijven dat de naam van Custovic door het hoofd van Marc Coucke spookte, de toegang tot het stadion willen ontzeggen.

Niet alleen bij Anderlecht en Oostende, maar bij álle (top)clubs wordt de pers beschouwd als een kwaad dat veelal met alle middelen moet worden bestreden. Interviews worden maar selectief toegestaan, 15 à 30 minuten moeten volstaan… Begrip daarvoor: er is intussen een bos van media en er wordt veel meer (tijd en energie) gevraagd van topvoetballers. Maar is het zo normaal dat elk interview eerst streng wordt nagelezen door perschefs die vaak journalistiek met public relations verwarren? We hoeven hier niet eens grote woorden als persvrijheid boven te halen. Een béétje kritiek wordt meteen in de kiem gesmoord, het minste vervelende woord heet tendentieus en wordt bestraft: geen interviews meer! Of erger. Voorbeelden zat.

Het gevolg is dat voetbalverslaggeving een straatgevecht is geworden tussen de mannen op de persbanken, langs de lijn en in de bestuurskamers. Zijn wij dan de pitbulls in plaats van de waakhonden van de pers? Soms. Sommigen. Heeft onze tegenstander véél te lange tenen? Vaak. Velen.

De tijden zijn veranderd. Let op, opa vertelt. In de jaren 80 ging het nog zo:

– “Caje, past dat, een interviewtje vanmiddag?”

– “Moar ja! Koffieke in de Los Amigos achter de training?”

En twee dagen daarna belde een brommende Club-manager Antoine Vanhove: “ Godver…, wat heb je nu weer geschreven?! Wa gaan we doen zondag, peinst ge?”

In 2017 is voetbalverslaggeving een opeenvolging van oorlogjes geworden. Marchanderen op een tapijtenmarkt. Ja, de belangen zijn groter geworden, maar het gaat nog steeds om hetzelfde edele balspel – zoals onze chef dat zo graag noemt.

“Het sop is de kolen niet waard.” Oma moeit zich ook. Ze bedoelt: het is máár voetbal, geen politieke of sociaal-economische zaken, die zo veel meer impact hebben op levens.

De relaties zijn verziekt. En worden scheefgetrokken. Lange Tenen tegen Pitbulls. Weiler is weg omdat zijn voetbal niet om aan te zien was. En Vanderhaeghe omdat hij 1 op 21 had. Punt.

Onze eigenwijze voetbalredacteur Frank Buyse maakt afwisselend met Peter Vandenbempt, de vaste Sporza Radio-commentator, een tussenstand op van het seizoen

De reactie van Club-fan Peter

De tijden zijn veranderd. Let op, opa vertelt. In de jaren zeventig ging het zo: op maandagochtend las de voetbalsupporter het wedstrijdverslag van z’n club in de krant. Wie had gespeeld, gescoord, geel gepakt? Hoeveel volk was er? Hoe speelden ze? Het verslag was er voor wie de wedstrijd had gemist – of wou herbeleven.

In 2017 is de voetbalverslaggeving haast verdwenen. In de kranten, maar zelfs tijdens de live op tv uitgezonden wedstrijden, wordt geanalyseerd. De trainer speelt een 3-4-4, maar dat werkt niet, want hij heeft er de spelers niet voor, en hij staat duidelijk nerveus. In de krant verschijnt een interpretatie van één facet – de druk op de trainer, de falende spits, de ontevreden invaller, de stuntelende verdediger. Het is zoeken naar een gewoon verslag, waarin de bepalende wedstrijdfases staan opgesomd. Op tv wordt live het proces gemaakt van de scheidsrechter die wel (of geen) geel geeft voor een ‘schandalige’ overtreding. En na een ultrakorte samenvatting zitten ex-spelers, ex-trainers en ex-rockzangers klaar, de messen geslepen, om de tactische keuzes te fileren en af te branden.

De strijd in de sportverslaggeving wordt niet gestreden op de kwaliteit van het verslag. De verschillende media maken het verschil niet meer op snelheid – ze publiceren allemaal meteen, direct, online. Neen, ze proberen zich van hun concurrenten te onderscheiden door de scherpste analyse, de grootste rel. Met het ontslag van een trainer kun je al lang geen primeur meer halen – het is een evenement geworden dat meteen door alle media tegelijk wordt verspreid. Dus moet je vooraf voldoende duidelijk maken dat de trainer vast gaan vliegen.

Plots zijn alle middelen goed om zich van de concurrentie te onderscheiden. Het begrip persvrijheid (het absolute recht om de waarheid te achterhalen én te publiceren) wordt misbruikt om zomaar wat te schrijven of zeggen. Van horen zeggen is goed genoeg geworden. Op het vliegtuig naar een Europese verplaatsing, terwijl je je bagage opbergt, een grapje maken met een bestuurslid (‘Die tien van jullie loopt niet graag zeker?’) en het antwoord (‘We zijn allemaal toch liever lui dan moe?’) breed uitsmeren in de krant.

Het is in die sfeer logisch dat clubs zichzelf gaan beschermen. Door vermaledijde woordvoerders aan te stellen die interviews vooraf nalezen. Door interviewmogelijkheden te beperken. Niet omdat ze bang zijn voor vervelende vragen – wel omdat ze geen vertrouwen hebben in veel van de sportverslaggevers.

Het valt op dat het journalisten van het tweede garnituur zijn, die klagen over moeilijke samenwerking. Die lui die afspraken aan hun laars lappen, die zomaar wat schrijven bij gebrek aan echte bronnen, die hun marktwaarde proberen op te krikken door keet te schoppen. Die dan maar het woord ‘eigenwijs’ gebruiken om hun gedrag te verklaren.

Ze hebben gelukkig nog ernstige vakbroeders, die het onderscheid nog maken tussen feit en fictie, tussen verslag en interpretatie, tussen off en on the record. Die weten dat feiten het altijd halen op perceptie. En die – vooral – niet zonder feiten meestappen in perceptieverhalen.

Het klopt dan ook niet dat ‘de’ relaties tussen clubs en sportjournalisten verziekt zijn. De meeste zijn zelfs heel goed. Ze zijn gebaseerd op vertrouwen en respect. Op begrip en inlevingsvermogen. Met anderen is de relatie inderdaad scheefgetrokken. Bijvoorbeeld omdat je je als club niet kunt verdedigen tegen krantencolumns waar, onder het alibi van ‘het is toch een column?’ om het even wat kan worden geschreven.

Ben jij een échte Club-fan?
Vul dan je voornaam en e-mailadres in en klik op de blauwe button ('houd me op de hoogte'). Zo ontvang jij als eerste het belangrijkste nieuws over Club Brugge. Bovendien maak je gratis kans op het officiële Club Brugge thuisshirt 2017-2018.

, ,

Comments are closed.